Waterleventuin

Vogeltuin

Bijen- en vlindertuin

Hints en Tips voor een ecotuin

Wat wij doen

Menu

Onderhoud

Vijvers

Oeverbeplanting

Oeverbeplanting

Voor een natuurvriendelijke vijver of oever is beplanting belangrijk. Beplanting die graag met de wortels in het water staat of in het water ligt. Op deze pagina worden enige planten besproken welke voor dit doel gebruikt kunnen worden. De beplanting zal hier opgedeeld worden in verschillende groepen. Beplanting voor dieper water, dit is water meer dan 30 cm diep. Beplanting voor de oeverzone, dit is beplanting welke kunnen groeien in ondiep water langs de oever. Beplanting voor hoger op de oever, dit is beplanting welke niet in het water wil staan, maar dicht genoeg langs de oever om toch met de wortels het water te bereiken. 

Beplanting voor dieper water

Een natuurvriendelijke oever waar de beplanting vrij kan groeien. ​Foto: Zoetnet.

Beplanting voor de oeverzone

Beplanting voor hoger op de oever

Pijlkruid - Sagittaria sagittifolia

Een waterplant uit de waterweegbreefamilie (Alismataceae). Gekweekte vormen komen vaak uit Oost-Azië. De Nederlandse naam komt overeen met de geslachtsnaam, die naar een 'pijl' verwijst. De naam verwijst naar de vorm van de bladeren. Het is een overblijvende, 70-100 cm hoge moeras- of waterplant met knolachtig verdikte, 4-5 cm grote rizomen. De knollen zijn eivormig, wit of groen van kleur en bedekt met schubben. De bladeren zijn pijlvormig, donkergroen, ongedeeld en langgesteeld. Onder water zijn de bladeren lichtgroen, lang en smal. Boven water hebben de bladeren een duidelijke pijlvorm. De driekantige stengels kunnen tot een halve meter boven het water uitsteken. De plant bloeit van juli tot september. De bladeren hebben in het midden een bruine tot donkerpaarse vlek. De bloemen groeien in langwerpige bloeiwijzen. De bloemen bestaan uit drie vrije kroonbladeren en drie groene kelkbladeren. De vruchten zijn klein. De plant kan temperaturen tot -20 °C weerstaan. De soort groeit in water tussen de 10 en 60 cm diep. Het water dient neutraal tot licht basisch van pH te zijn.

Kaapse waterlelie - Aponogeton distachyos

Oorspronkelijk afkomstig uit zuid Afrika maar wordt vaak gebruikt in vijvers. Overleeft ook tijdelijke opdroging tijdens de zomer. De bladeren drijven op het wateroppervlak en de witte bloemen bloeien van april tot oktober. De bloemen kunnen tot een meter boven het water uitsteken.

Kikkerbeet - Hydrocharis morsus-ranae

Een overblijvende waterplant die behoort tot de Waterkaardefamilie (Hydrocharitaceae). De plant komt vrij algemeen voor in laagveengebieden in Nederland maar is daarbuiten en in Vlaanderen vrij tot zeer zeldzaam. De plant wordt in siervijvers en in aquaria gebruikt. Kikkerbeet wordt 15-40 cm lang en heeft breekbare stengels. De plant vormt 5-20 cm lange uitlopers waar aan het eind weer een nieuwe plant gevormd wordt. Hierdoor ontstaan drijvende plaggen. De wortels, die de grond niet raken, nemen de voedingsstoffen uit het water op.

Watergentiaan - Nymphoides peltata

Een plant uit de watergentiaanfamilie (Menyanthaceae). De plant komt van nature voor in Noordwest-Europa waaronder Nederland. Het is een overblijvende waterplant. De plant groeit in 25-80 cm diep water. De watergentiaan lijkt op een waterlelie, maar er zijn enkele duidelijke verschillen. De bladeren zijn bij de watergentiaan veel kleiner dan bij een waterlelie. Ook is de onderzijde vaak rood aangelopen. De onderwaterdelen van de plant hebben op 'pukkels' lijkende groepen cellen, die voedsel uit het water opnemen. De gele (soms witte) bloemen hebben gekartelde kroonbladen en wijken hierdoor sterk af van een waterlelie. De bloemen staan op een 5-10 cm hoog steeltje boven het water, vaak in kleine groepjes. De bloeitijd loopt van juli tot augustus, soms tot de eerste helft van september. De bloemen zijn eendagsbloemen: na een dag trekt de plant de bloemen weer onderwater en stuurt nieuwe knoppen naar boven de oppervlakte. Hierdoor blijft de plant vrij lang bloeien. De verspreiding vindt allereerst plaats via de wortelstokken. Deze dunne wortels kruipen tot 80 cm diep over de bodem. De jonge plantjes die hieraan ontstaan, laten los en drijven naar de oppervlakte van het water.

Gele plomp - Nuphar lutea

Een algemeen voorkomende overblijvende waterplant met drijvende bladeren uit de waterleliefamilie (Nymphaeaceae). Een plant die zich met zijn dikke en vertakte wortelstok en via zaad verspreid. Hij heeft zowel bladeren die onderwater blijven en bladeren die op het wateroppervlak liggen. Sommige larven van insecten maken onder water van de luchtkanalen  in de plant gebruik om te ademen. De soort groeit in tot drie meter diep water en draagt bij aan de hoeveelheid zuurstof in het water. Soms is de groei zo weelderig dat hele wateroppervlakken bedekt worden door de grote bladeren. De plant voelt zich thuis in stilstaand tot matig stromend tamelijk voedselrijk water. Ze komt voor in bijna heel Europa en de aangrenzende delen van Azië en Noord Afrika. In Nederland en Vlaanderen komt de plant vrij algemeen voor in laagveenplassen, brede sloten, grachten, doorbraakkolken, niet meer gebruikte kanalen en in langzaam stromende beken en rivieren.

Witte waterlelie - Nymphaea alba

Een algemeen voorkomende waterplant met drijvende bladeren. De witte waterlelie groeit in stilstaand en zwak stromend water met een diepte van maximaal 1,5 m. Tegen watervervuiling is de plant redelijk goed bestand. De bladeren zijn min of meer rond en drijven op het wateroppervlak. Witte waterlelies hebben geurige, witte bloemen met een doorsnede van 10-20 cm die op het wateroppervlak drijven. De vrucht, die onder water rijpt, heeft meestal de vorm van een fles, maar is soms bolvormig. De zaden worden door het water verspreid. De plant houdt van zon en bloeit meestal in de maanden juni tot augustus.

Grote egelskop - Sparganium erectum

Een vaste plant, die behoort tot de egelskopfamilie (Sparganiaceae). De plant komt van nature voor in Eurazië en Noord-Afrika. De plant wordt 30-100 cm hoog en vormt dikke wortelstokken. De grote egelskop bloeit van juni tot september. De vrucht is een nootje. Op de zaden zitten zes tot tien scherpe of afgeronde ribben. De plant komt voor in en bij zoet, voedselrijk water.

Watermunt - Mentha aquatica

Een vaste plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae). De soort komt voor in EuropaNoord-AmerikaAziëAfrikaAustralië en Nieuw-Zeeland. De plant groeit vooral langs en in het water en in natte weilanden en bloeit van juni tot eind oktober. De bladeren ruiken sterk naar pepermunt (Mentha ×piperata). De plant heeft zowel bovengrondse als ondergrondse uitlopers. De roodachtig lila bloemen worden door insecten zoals honingbijen en hommels bestoven en is ook geliefd door vlinders. 

Grote kattenstaart - Lythrum salicaria

Een vaste plant uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae). De plant heeft meestal tussen de 0,60-1,20 m lange, rechtopgaande stengels met vertakkingen. De 1-1,6 cm grote bloemen groeien in kransen uit de oksels van de bovenste bladen. De paarsrode bloemen zijn gerangschikt in een tot 35 cm lange schijnaar. De bloeiperiode loopt van juni tot september. De plant is zeer algemeen en te vinden op zonnige tot half beschaduwde plaatsen op natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke gronden langs sloten, greppels, kanalen, meren, poelen, beken, en rivieren. Ook in grasland, bermen, lichte loofbossen, vochtige struwelen, drassige kapvlakten, moerassen, vochtige ruigten en in vochtige duinen en heiden. Hij wordt veel bezocht door bijen en vlinders.

Zwanenbloem - Butomus umbellatus

Een moerasplant met roze bloemen in de Zwanenbloemfamilie. Het is de enige soort in deze familie en is in Nederland wettelijk beschermd. De bloem heet zwanenbloem omdat de stampers een vorm hebben die sterk lijkt op sierlijke zwaantjes. Het feit dat de zwanenbloem in Nederland wettelijk beschermd is betekent niet dat de plant zeldzaam is, integendeel, op de kleigebieden in Nederland is hij algemeen. De plant groeit vaak in sloten die jaarlijks worden geschoond. Hij heeft er echter niet veel van te lijden omdat deze schoonmaakbeurten zijn leefmilieu in stand houden. De zwanenbloem groeit in voedselrijk water. Wanneer de plant opduikt te midden van allerlei zeldzame planten in relatief voedselarm water, is dat het teken dat het water voedselrijk aan het worden is en dat de specialisten uit een dergelijk milieu zullen gaan verdwijnen. De zwanenbloem wordt veel bezocht door graafwespen, bijen en vlinders. Hij bloeit van juni tot september.

Gele lis - Iris pseudacorus

Een plant uit de lissenfamilie (Iridaceae). Het is een 0,8–1 m hoge oeverplant van zoet, stilstaand of langzaam stromend water. De plant groeit in water dat tot zo'n 30 cm diep is. De lange, smalle bladen blijven het gehele jaar groen. De bloemen zijn van mei tot juni te zien en zijn 5–12 cm in doorsnee. Na de bloei zitten de zaden als een rolletje munten opgestapeld in driekantige zaaddozen. Deze bevatten luchtholten waardoor ze blijven drijven. Doordat de gele lis veel voedingsstoffen uit het water opneemt, kan deze bijdragen aan het verbeteren van de waterkwaliteit. De nectar is vrij diep weggestopt. Honingbijen en hommels moeten er helemaal in kruipen om bij de nectar te komen. Als de bloemen helemaal rijp zijn, rollen de zaden er uit. De zaden drijven over het water weg tot ze langs de oever blijven hangen en ontkiemen.

Dotterbloem - Caltha palustris

Een vaste plant uit de ranonkelfamilie (Ranunculaceae). De soort is in Nederland wettelijk beschermd. De plant wordt 45-60 cm hoog. De favoriete standplaats is langs randen van sloten, beken, in vochtige weilanden, brongebieden en andere zompige plaatsen. Op deze plaatsen komt de plant zowel in de volle zon als in de halfschaduw voor. De bloeiperiode loopt van maart tot april en soms nog van augustus tot september. De plant heeft een voortdurend vochtige bodem nodig voor de ontwikkeling van de knollen. Varieert de vochtigheidsgraad, dan blijven de knollen klein. Rijpe zaden blijven drijven, waardoor de plant zich gemakkelijk langs de oevers van beken en sloten verspreidt.

Adderwortel - Persicaria bistorta

Een overblijvende plant uit de duizendknoopfamilie (Polygonaceae). De 30-100 cm hoge plant begint met een wortelrozet en heeft een rechtopstaande stengel met een aarvormige bloeiwijze. De plant groeit aan oevers van sloten, vaak in groepen. De bloeitijd loopt van mei tot augustus. Adderwortel staat op zonnige tot licht beschaduwde, vochtige tot drassige, matig zure, voedsel- en humusrijke, kalkarme zand-, leem- of lichte klei en verdraagt geen bekalking, ontwatering en beweiding. De overblijvende plant, die zich vooral vegetatief vermeerdert, groeit in natte graslanden, langs sloten en in lichtrijke bossen. Het is een indicatorsoort voor het aan de oppervlakte komen van kwelwater. De plant wordt ook gekweekt als tuin- en stinsenplant en verwildert vaak.

Koeienoog - Telekia speciosa

Een vaste plant van 150 tot 200 cm hoog. De grote opvallende gele bloemen zijn geliefd bij veel bestuivers. Hij staat graag op een vochtige locatie en bloeit van juli tot augustus. Komt oorspronkelijk uit de balkanlanden.

Echte koekoeksbloem - Silene flos-cuculi

Een vaste plant uit de anjerfamilie (Caryophyllaceae). De soort is in België en Nederland een vrij algemene plant met een hoogte tot 90 cm. De bloeiperiode loopt van mei tot augustus en wordt weinig beïnvloed door klimaatschommelingen. De plant heeft slechts weinig stengelbladen, waardoor de bloemen meer opvallen. De plant komt in heel Europa voor, van Noorwegen tot in de Kaukasus. Haar standplaats bestaat uit natte graslanden, veengebieden en vochtige bossen. Hoewel het in België en Nederland een van nature voorkomende plant is en ze plaatselijk vaak in flinke groepen kan bloeien, houdt ze zich in tuinen vaak moeilijk in stand. Het is daarom te adviseren ook handmatig zaad in te zamelen.

Moerasandoorn - Stachys palustris

Een vaste plant die tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) behoort. De 60-80 cm hoge plant komt voor op vochtige standplaatsen, zoals in ruigtes, langs rivieroevers, langs beken en sloten of in bouwland. De plant verspreidt zich met dunne wortelstokken waar aan het eind witte knolletjes zitten vergelijkbaar met aardappel. De knolletjes werden vroeger wel gegeten. De plant heeft 1,2-1,5 cm lange, purperen bloemen. Soms komen ook planten met witte bloemen voor. De bloemen hebben een zwak aromatische geur en staan met vier tot tien stuks in een schijnkrans. De bloeitijd is van juni tot oktober. De bloemen worden door vele insecten bezocht, waaronder vliegen, bijenhommels en vlinders, die zowel voor de nectar als voor het stuifmeel komen. De glimmende, donkerbruine vruchten zijn nootjes en ongeveer 2,5 mm lang.

Pinksterbloem - Cardamine pratensis

Een plant uit de kruisbloemenfamilie. De soort is inheems en algemeen in Nederland en België. De soort kan tot 50 cm hoog worden. De plant bloeit ondanks haar naam met name in de periode vóór Pinksteren. Eind april is meestal het hoogtepunt. De plant komt voor in graslandenbossen en in moeras. In een omgeving die heel nat is, heeft ze zich op een bijzondere manier aan dit milieu aangepast. De deelblaadjes zijn dan kortgesteeld en beginnen al, terwijl ze nog aan de plant zitten, worteltjes te vormen. Wanneer ze van de plant afvallen, kunnen ze uitgroeien tot nieuwe planten. Het zaad komt in een dergelijk permanent nat milieu slecht tot ontkieming en op deze wijze kan de soort zich toch nog voortplanten. In Nederland en België is de soort zeer algemeen, ze komt nog steeds overal voor. Toch is ze sterk achteruitgegaan. Vroeger kleurde ze vele weilanden paars op het hoogtepunt van haar bloei. Tegenwoordig is ze door de intensivering van de landbouw meestal beperkt tot de slootkanten. Ook komt de plant voor in gazons, waar ze door het intensieve maaibeheer niet tot bloei komt. Wanneer de eerste maaibeurten achterwege blijven, blijkt door de uitbundige bloei van pinksterbloemen hoeveel de soort erin voorkomt. De pinksterbloem wordt ook wel "schuimkruid" genoemd (wat overeenkomt met de Duitse naam "Wiesen-Schaumkraut"), vanwege de voorkeur van het schuimbeestje voor deze plant. Het schuimbeestje is een cicaden waarvan de nimf, de larve leeft in een schuimnest dat doet denken aan speeksel.

Heelblaadjes - Pulicaria dysenterica

Een plant die tot de composietenfamilie (Asteraceae) behoort. De plant werd vroeger gebruikt werd ter bestrijding van dysenterie, vandaar de soortaanduiding dysenterica. De plant komt van nature voor in Eurazië. De plant wordt 60-90 cm hoog en verspreidt zich via wortelstokken. Heelblaadjes bloeien van juli tot september. De vrucht is een nootje. De plant komt voor op natte, matig voedselrijke tot brakke grond in duinvalleien en grasland langs sloten en beken.

English